h1

Neemt uw bed op, wandel en redt ons!

24 mei 2012

Als ik op mijn bank televisie zit te kijken, kijk ik recht in het gezicht van de leden van een groep van soms acht , uitlopend tot twintig personen die de openbare ruimte bij de sluis en voor de panden op de Oostkade als hun huiskamer beschouwen. Men schoolt samen, drinkt openlijk alcohol op een plek waar een alcoholverbod geldt, wordt openlijk dronken, wat sowieso niet mag, dealt rustig en vrij openlijk drugs, bestelt ter plaatse een pizza, zet muziek aan, joelt, maakt ruzie, maakt luidruchtig plezier en heeft vooral veel schijt aan de buren, aan de politie en is waarschijnlijk al lang een normale connectie met de werkelijkheid van een normaal leven verloren.

Met bovenstaande alinea begon een inwoner van Zaanstad een heus epistel over hoe zij en haar buurtgenoten en pasanten worden lastiggevallen. Ze schrijft verder: ” Het uitzicht na een dag werken is uitzicht op een groep al lang bekende, maar steeds aanzwellende groep van junks en alcoholisten. Met daarbij de dealers. Mensen, allicht met psychiatrische aandoeningen, trieste levenslopen enzovoort. Maar zelden, heb ik ooit gezien, dat men zo ongestoord zijn gang kan gaan, zoals hier midden in het centrum. En natuurlijk, als ze er in geslaagd zijn, ondanks alle gewenning toch ook weer dronken, high te worden of een flink potje te trippen, dan, dat hoort toch bij een goede openbare kroegavond: achter de vrouwtjes aan! Jazeker, op de fiets lang vrouwen gaan die over de brug lopen en allerlei lieve woordjes toefluisteren: ‘neuken, nee, pijpen dan?’. De vrouw die duidelijk negeert en haar pas versnelt, vooral blijven volgen. Ze wil heus wel… En die vrouwen die wat verderop lopen en niet reageren? : ‘Kankerhoeren!’ schalt een van de mannen over de sluis. Verontrustend ook de steeds jonger wordende jongens die zich aansluiten.”

De getergde inwoner van het centrum in Zaandam, het zo bij het college van B & W geliefde centrum van Zaandam, zal het feestje ter ere van de 200 jarige stadsrechten van Zaandam niet mee maken. Zij verlaat namelijk Zaanstad. De vele klachten en het slappe optreden van gemeente en politie en de daardoor voortdurende overlast eist hun tol. In een uiterste poging om haar achterblijvende buurtjes bij te staan in hun proberen om te gaan met de overlast schreef zij een brief aan de gemeenteraad. Het epistel, zoals zij de brief zelf noemt, is er een van 4 kantjes en behoorlijk aangrijpend. Namens de fractie van Democratisch Zaanstad schoot mij direct een vraag te binnen: Wanneer denkt het college op deze wetsovertredingen afdoende te gaan handhaven?
De factie van Democratisch Zaanstad stelde de vraag schriftelijk aan het college.

Ook bij GroenLinks wilde men het zijne ervan weten. Weet portefeuillehouder burgemeester Faber van de problemen af? Ja hoor, als commander in chief weet zij dat natuurlijk.
Is dit dan dezelfde groep die eerder het Steve Bikoplein onveilig heeft gemaakt en daar verjaagd is? Tja, dat zou kunnen. Zaanstad laat een analyse maken van de problemen, de probleemveroorzakers en waar zij vandaan komen. Tot burgemeester Faber de resultaten van die analyse heeft laat zij de politie niet meer doen dan zij al heeft gedaan. Niets dus. Nou ja, behalve dan een beetje hangen tegen een lantaarnpaal, een vermanend vingertje opsteken en “Foei!” roepen.
Kunnen inwoners dan helemaal niet doen tegen de overlast?
Jawel, ze kunnen aangifte doen, aldus de burgemeester.

Dom dom dom.. Dat die mevrouw daar nou niet eerder aan gedacht heeft.
Ze had aangifte moeten doen. Weet je wat, ze doet het alsnog en gaat richting het politiebureau Zaandam-centrum.
“Goedemiddag, ik kom aangifte doen.”
“Waarvan komt u aangifte doen?”
“Van die overlast.”
“Het spijt me, er is nu niemand aanwezig die uw aangifte kan opnemen. Komt u morgen maar terug.”
De volgende middag.
“Goedemiddag, ik kom aangifte doen.”
“Waarvan?”
“Van die overlast dus.”
“Dan moet ik u verwijzen naar het hoofdbureau in Zaandijk.”
De volgende middag in Zaandijk.
“Goedemiddag, ik kom aangifte doen.”
“Pffffff.. (diepe zucht)… Tjonge… Waarvan?”
“nou… Van overlast?”
Nogmaals een diepe zucht van achter de balie.
“Heeft u een afspraak?”
“Nee.”
“Maakt u eerst maar een afspraak.”
“Tjemig zeg. Kan ik dan een afspraak maken?”
“Nee, dat moet u telefonisch doen.”
Na het maken van een afspraak, drie middagen later in Zaandijk.
“Ja dag, ik kom aangifte doen van overlast en ik heb een afspraak.”
“Hm.. Gaat u daar maar even zitten.”
Anderhalf uur later.
“Goedemiddag, waar komt u voor?”
“Ik kom aangifte doen van overlast en ik heb een afspraak.”
“Bent u beledigd, bedreigd, aangevallen, mishandeld, aangerand, verkracht of vermoord?”
“Nee zeg..”
“Dan kunnen we niets voor u doen. Komt u maar terug als dat wel het geval is.”

Volgens wethouder Noom valt het allemaal wel mee met de jeugdoverlast in Zaanstad. Sterker nog, Zaanstad wordt geroemd om de afnemende cijfers van jeugdoverlast. De politie hoeft ook veel minder uit te rukken voor jeugdoverlast als voorheen.
DZ had net die schriftelijke vraag gesteld en GroenLinks die actualiteitsvragen. Toch valt het volgens Corrie Noom erg mee en de burgemeester weet wel dat er een probleem is in het centrum van Zaandam, maar het is niet erg genoeg om de buurt aldaar vóór het verkrijgen van analyseresultaten bij te staan in hun nijpender wordende nood.
Ja, als we voor de buitenwereld maar weer goed voor de dag komen.

“Zaandam, dit is de stad, waar ik vijftien jaar heb gewerkt en gewoond. Iets heb kunnen betekenen. Het is genoeg. Ik zal vertrekken uit deze stad. Met een warm hart voor de tijd die ik hier heb gehad, maar wat vijftien jaar geleden een topplek was, waarop collega’s jaloers waren, dat ik daar een woning heb kunnen veroveren, is nu volgens dezelfde mensen, mijn familie, mijn buren en vele anderen een verwaarloosde achterstandsplek geworden. Een warm hart voor mijn fijne buren, die altijd goed hebben gewild en waarmee ik samen heb gestreden voor het leefbaar houden van onze buurt. We hebben deze strijd zó verloren. Een warm hart voor de opkomst van Inverdan. Een warm hart voor de horeca, zonder Irodion, was het hier helemaal hopeloos verloren geweest, dan was de laatste vorm van sociale controle en de laatste plek die ook normale mensen trekt verdwenen geweest. Maar ook een plek die ik hoofdschuddend verlaat, loop maar eens door ons pand, mede toegetakeld door leden van voornoemde groep. Met een niet al te goed beeld van de gemeente.”

Ik zou bijna tegen de brief schrijvende, klagende inwoner van de Oostkade willen zeggen: Gaat! Gaat naar buiten Zaanstad en vertel de buitenwereld hoe het écht aan toe gaat in Zaanstad. Vertel de buitenwereld dat het gemeentehuis véél te duur uitvalt, net als de ongedempte gracht. Vertel dat de inwoners worden uitgezogen via betaald parkeren en erfpachtafkoop om die torenhoge kosten te kunnen dekken en vertel vooral de buitenwereld dat er in geen enkel opzicht wordt gehandhaafd in Zaanstad, behalve op fout parkeren.

Redt ons! Vertel! Vertel het hen!

20120524-220814.jpg